LEES OOK

maandag 15 augustus 2016

GEDACHT. Je kinderen bezoeken op hun werkplek: waarom voelt dat gênant?


Noch vader noch moeder zijn ooit op een van  onze werkplekken op bezoek geweest. Dachten wij, toen we de bank binnenstapten en bij de balie vroegen of we J. konden spreken. Aan de baliebediende zeiden we  er niet bij dat J.  onze dochter is. We vonden het gênant. Geen idee waarom we dat vonden, maar die waarom-vraag raakten we naderhand niet meer kwijt.

CHARMEZANGERES

We vermoeden dat we het net zo gênant hadden gevonden als onze ouders ons ooit op onze werkplek hadden komen opzoeken. Waarom? Geen idee.
Vreemd toch. Want het is anders helemaal normaal dat ouders van een slager of van een bakker bij hun zoon of dochter om biefstuk of brood gaan. We vinden het zelfs gepermitteerd mochten zij zich niet naast ons in de wachtrij posteren maar ons vlotjes passeren en hun favoriete zevengranenmetnootbrood van het rek achter de toonbank grijpen, de snijmachine bedienen, de keurig getelde munten naast de kassa deponeren en vertrekken, niet nadat ze het winkelmeisje  nog een vertrouwelijke mededeling van huishoudelijke aard gaven.
Of neem de oma van een gevierde operazanger of de stiefvader van een charmezangeres: dat zij zich onmiddellijk na het concert in de donkere gangen wagen achter het podium om hun artiesten in de kleedkamer te groeten en met hen de recentste familiale roddels uitwisselen: niemand - nog het minst de betrokkenen zelf, beelden wij ons in - stelt zich hierover vragen.

FIDUCIE


Waarom wij ons dan geneerden om onze dochter in een huis van fiducie te bezoeken? De vraag hield ons gevangen en alleen het antwoord kon ons bevrijden.
Ja, we aarzelden op de drempel van de bankinstelling, waarvan de gevel ons al met niet mis te verstane statigheid te kennen gaf dat we  hier best niet op een drafje binnenliepen om enkel een bankje van 100 euro te wisselen.
Binnen, een immense hall, strakke grandeur en een uitgekiende design zodat de klant zich niet groter of kleiner voelt dan hij in werkelijkheid is.  Hier werkt zij, dus, dachten we. En, terwijl we op haar wachtten, doemden beelden op van het kleine meisje dat op haar knieën op een stoel aan de veel te hoge tafel in de huiskamer van weleer bankbiljetten van haar speelgoedkassa telt.
Misschien is dat het wel, dat ons hindert om kinderen op hun werkplek te bezoeken: we zien niet de jonge vrouw of jonge man die ze zijn, maar wel het kind dat ze ooit waren en dat we beter kenden dan de volwassene.

LOSLATEN

Ze handelde de bankzaak vlot af, installeerde vingervaardig de bankapp op mijn iPhone, liet me die checken of hij werkt, gaf nog wat advies mee en serveerde een koffietje... Ze kent haar vak, dachten we, niet zonder ouderlijke trots,  en voelden ons bijna op ons gemak. 
Natuurlijk hadden wij haar aan het werk willen zien op een meeting met collega's, bij een gesprek met andere, grote klanten... al weten we dat zoiets niet kan. Kinderen moet je kunnen loslaten. En dat is het natuurlijk ook. Bij zo'n bezoek op hun werkplek geven we te kennen dat het ons met dat loslaten niet altijd lukt en we willen niet dat ze dat merken.

maandag 8 augustus 2016

AFGEVRAAGD. Techno in openlucht: je zal maar een drachtige merrie zijn in de buurweide...

Vlindertelweekend. We hebben ons suf geteld van het weekend. Alsof al dat gefladder uitgerekend dit weekend onze tuin als reisbestemming had geselecteerd. Het kon niet op: tientallen, zo niet honderden vlinders. Of het moest zijn dat een  kleine bende nozemvlinders ons bij de neus nam en na een rondje bij de buren weer bij ons kwam aangewapperd. Dachten we.

Op de vlucht

Intussen weten we beter. Bij nader toezien waren het vlinders-op-de-vlucht. Stilte-plek-zoekers waren het. Ze kwamen uit de buurgemeente, waar zo'n driedaagse technofuif in open lucht plaatsvond. In vogelvlucht mag dat dan wel misschien een zevental km zijn -  in vlinderfladdervlucht een tiental kilometer - de beats leken van de bij de buren te komen.


Drachtige merrie

Dat techno-geboenk, daar zijn én worden jongeren, om redenen die ons nog niet duidelijk zijn,  helemaal wild van. En wij raakten er, van het weekend, niet echt weg van. Die vlinders evenmin. Maar - dachten we - je zal maar een drachtige merrie wezen, die daar ergens in de buurt van die beatmachines nietsvermoedend, dikbuikigadhd-gevolgen voor het veulen.
zwaar 'in je tiende maand' zijn en nergens heen kunnen. Die paarden kunnen niet eens bij hun oren om ze af te dekken, we hebben ze in zo'n houding toch niet eerder gezien. En dan denken we nog niet eens aan mogelijke

Familie mol

En hoe overleeft de familie mol, die in dagen van landelijke rust, net die doorluchtige festivalweide als favoriete stek voor haar blinde kroost en voor het betere tunnelwerk had uitgekozen. Het kan niet anders dan dat  het getrappel, het gebonk, het gedans en het gedaver van dat duizendkoppige monster het toekomstperspectief van de familie mol danig moeten ondergraven.
Over de weidevogels en ander gevederte zullen we ons maar geen zorgen maken: zij kunnen vluchten. 'In vogelvlucht zijn afstanden sneller'. Maar toch...

Keet schoppen


Het is niet dat we keet schoppen over zo'n weekendfestival in de buurt - er zijn al genoeg keten gesloopt en bovendien is het tegenwoordig 'not done' - maar het verwondert ons toch dat jongeren, die zich vaak zo empatisch opstellen voor dierenleed, dat hen deze toch wel nefaste 'bijwerkingen' van zo'n festival voor de dieren, volledig zijn ontgaan.

Overigens

Avonden vallen, 's zomers doen ze dat zelden in stilte. Maar ontwaken doen de dagen wel in stilte, het doek ging vanochtend geruisloos open, zonder gedonder of gedaver, zonder applaus. Bijna zoals bij een voorstelling...

woensdag 3 augustus 2016

GEZIEN. De Vlaschaard: eerst een zee van blauw, dan een veld van goud

Het vlas bloeit in een blauw

dat zacht golft. 

Voor even zijn ze zeeën, 

die velden vol vlas

waarin vogels als vissen vlieden

langs hun  kusten 

van verhakkeld akkerland...


 

 

...en dan, zo vlak voor ze staande 

sterven, de vlassen stengels, komen de messen langs;

ze vallen,

plat tegen de vlakte en liggen er gesleten

onder de genadeloze gesel van wind en 

regen en hitsige zonnebrand.

Ze ruiken naar rot, maar lijken, 

in het late licht van een uitdovende dag,

van het zuiverste goud



 

maandag 1 augustus 2016

GELUISTERD. Zomergasten. Tekenend voor gesprekken anno 2016: men spreekt om niet te moeten luisteren

Zomergasten, VPRO
We zullen kort zijn over Zomergasten. Er is immers al meer woorden aan gespendeerd dan er kijkers waren (minder dan een half miljoen, naar verluidt). Maar dit lazen we nog niet en toch vonden wij het heel belangrijk. Zomergasten lijdt aan wat gesprekken anno 2016 heel vaak lijden: men spreekt om niet te moeten luisteren.




TWITTER SPERVUUR
Dat gold, voor de aflevering van zondag met de fel gecontesteerde  Abou Jahjah, voor de gastheer én voor de gast: de snelheid waarmee de een de ander van antwoord dient, maakt duidelijk dat noch de een noch de andere geïnteresseerd was in het antwoord of de vraag.
Het spervuur op Twitter liet zien dat de kijkers vooral ook kijkers en zelden luisteraars waren.
Op die manier schieten gesprekken hun doel van gedachtenwisseling voorbij en vooral dat maakt dat Zomergasten lang niet meer zo interessant kan zijn als het ooit wel eens geweest is.

GESCHREEUW IS ZELDEN DOORDACHT
Spreken om niet te moeten luisteren: het is symptomatisch voor het klimaat van deze dagen. En dat maakt dat mensen gaan schreeuwen. Van geschreeuw weten we dat het haaks staat op doordachtheid en wijsheid.

Voor een keer lijkt de kopie van Zomergasten - de Vlaamse  'Elvis-'versie met Thomas Vanderveken - stukken beter dan het origineel. Daar is er wel een klimaat en ruimte om te luisteren.

zaterdag 30 juli 2016

GEMENGD. Afscheid van vakantie...

Afscheid van vakantie

 

De dagen waren korter dan gedacht en 
de nachten donkerder dan vermoed,
de klussen talrijker en complexer dan geschat en vaker
en verder dan gepland gingen we op stap.
We oversliepen onze dromen en overschatten 
in hoge mate onze lust
tot lezen
kwamen we lomer dan verwacht; we zagen de stapel groeien 
van krimp was nauwelijks sprake, van kramp wel meer.
De dagen van vermeende
mateloosheid, van tijdeloos gepalaver, van leven andante ma non troppo, 
zijn voorbij.
Goed, was het, beter 
wordt het niet meer.

vrijdag 29 juli 2016

VASTGESTELD. Sommige politici regeren als eertijdse subregenten of surveillanten: verstikkend en verlammend

Misschien  zijn we verkeerd, maar we kunnen het niet ontkennen: geregeld komt er zo'n luchtje in ons gezicht gewaaid dat we herkennen uit onze collegetijd. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Een subregentenluchtje, zullen we het maar noemen. Surveillanten en subregenten waren de ordehandhavers in ons college. Ze hielden ons in het gareel. Met een vernietigende blik,  met het geheven vingertje,  met harde stem, met angstaanjagend geschreeuw, met dreigende waarschuwingen, met harteloze replieken, met een nijdige trek of duw, met rancuneus gemoraliseer,  met geboden en verbodsbepalingen, met straf...

ONTSNAPPEN
Er waren twee manieren om daaraan te ontsnappen: door uitsluitend te doen wat zij zegden en door vooral zelf niet creatief te denken of te handelen. Of - en dat was de tweede manier - al was die alleen weggelegd voor enkelingen - door een beroep te doen op je gefortuneerde afkomst. Zonen van vooraanstaande stadslui of van succesvolle ondernemers hoefden zich niet meteen zorgen te maken als ze al eens buiten de lijnen gingen kleuren.
Een bemoedigend woord, een stimulerend schouderklopje: dat kenden die subregenten van toen niet, op een uitzondering na.

NOOIT VOORGOED
Toen we het college achter ons lieten, voelden we ons bevrijd van die enggeestige oppassers, die ons te pas en vooral te onpas deden zwijgen, afremden, demotiveerden en verlamden. We konden vrij de wereld in en die hadden we nog nooit zo weids gezien als in die zomer van 76. 

ORAKELEN
Maar zie, als we mensen als Bart De Wever nu horen orakelen over wat mag en vooral wat niet meer kan, zijn ze er weer, de subregenten en surveillanten. Het lijkt wel alsof zij nooit de collegezaal hebben verlaten, alsof hun wereld dé wereld is, die van  het college. Hun blikken, hun spreken, hun stijl... catapulteren ons terug naar die jaren waarvan we dachten dat ze voorgoed achter ons lagen.
Benieuwd hoelang zij dat nog volhouden, in dat verstikkend klimaat.Wij in elk geval niet zo heel lang meer.



donderdag 28 juli 2016

VASTGESTELD. Eurostar rijdt zijn eigen naam voorbij, straks...

Een dagje Londen. Met de Eurostar vanuit Rijsel is dat zo geklaard. Eurostar? Een ontbijt 's ochtends tijdens de heenreis en 's avonds een avondmaal en tussendoor een hele dag flaneren door Londen. Voorlopig nog een van die Europese hoofdsteden waar we niet tegen gewapende militairen of zwaar bewapende agenten liepen. Een verademing, zo vonden wij.
Tja, als de Brexit een feit is, zal de snelste én efficiëntste verbinding tussen het vasteland en Londen zijn eigen naam zijn voorbijgesneld. Gek hoe de Engelse geest trager werkt dan zijn realisaties...