LEES OOK

zondag 15 januari 2017

GEZIEN. Ziekenhuisdecoratie: Moeder Maagd ontspannend liggend, met Kind...

Er was niet zoveel om zien, in de koffiehoek van het ziekenhuis. Behalve wat passage van bezoekers en enkele bedrijfsautomaten met onverwacht veel ongezond lekkers. Onze blik viel op een opgehangen decoratie. Het doek erachter was met enige nonchalance tegenover het kunstwerk opgehangen.
Niettemin wist het beeld onze aandacht vast te houden. Nooit eerder hadden we de Moeder Maagd zo liggend gebeeldhouwd gezien.


ONSPANNEN LIGGENDE MAAGD

Zichtbaar ontspannen, het ene been wat opgetrokken, hield ze zonder al te veel moeite, met anders wel opvallend ranke vingers, haar Zoon in bedwang.
Hoewel het jongetje recht voor zich uit staarde, onverstoord, verraadde zijn gezicht iets guitigs.
Hoewel het beeld ons daarover geen uitsluitsel bracht, vermoedden we dat er vlakbij wat speelgoed lag rond gestrooid en dat de Moeder daarnet nog aan het spelen was, samen met haar Zoon. Tot Hij in de verte iets had ontwaard. Ook daarover geeft het beeld geen uitsluitsel. Zij ziet op dat ogenblik niet wat haar Zoon ziet, zij kijkt immers naar elders, ergens in het ongewisse.

RUSTOORD

Of het komt door haar rechtlijnig gezicht of door haar kapsel - het dotje slaagt er niet in om ons van het tegendeel te overtuigen - maar ze heeft een mannelijk-jongensachtig gezicht, vonden wij.
Misschien had ze niet haar beste dag toen de beeldhouwer langskwam of miste ze gewoon de tijd om wat meer regie aan haar kapsel te besteden. We weten het niet. Ze lijkt er zich allerminst druk over te maken. Per slot van rekening hangt het beeld allicht niet toevallig in het Maria's Rustoord-ziekenhuis.

VASTGESTELD. Stormspektakel. "Vier sparren omvergewaaid", zei de vrouw verontwaardigd. 'Met pot en al..."

Ijzig stil is het. Er 'wikkelt' geen takje. De storm is voorbijgeraasd nog voor hij het monster werd, dat ze vorige week veelvuldig aankondigden.
Juist, het  blijven voorspellingen. Waarzeggerij is dan nooit ver uit de buurt. Maar toch, we namen onze voorzorgen. Je weet nooit welk drama om de hoek gluurt.
Het resultaat. Veel spektakel voor en na, weinig of helemaal niet tijdens de storm. Ook daar wennen we aan.

EEN DODE BERK

Bij ons sneuvelde één berk. Hoewel, sneuvelen? Een dode sneuvelt niet. De dode berk had zich bij leven met zijn takken verankerd in de kruin van zijn buur. Zo kon hij, trots als bomen zijn, waardig - staande - sterven. We lieten de berk voorlopig in zijn waardigheid. Spechten weten dat te waarderen, ondervonden we.
Maar nu is hij geveld, bij nachte en bij stormtij,  en wacht hij, in zijn volle lengte, op het gehuil van de kettingzaag.

BIJ DE SLAGER

Er was wel meer schade, hoorde ik bij de slager.
"Bij ons zijn vier sparren omgewaaid", zei een mevrouw. Haar blik liet er geen twijfel over: ze was verontwaardigd over het natuurgeweld.
"Grote?" vroeg de slagerin bezorgd.
"Niet klein", zei de vrouw.
"Je kent ze wel, van die sparren die we in potten kunnen planten. Potten en sparren lagen om..."


vrijdag 13 januari 2017

GEHOORD. Over een maan die danst op een koord en over een halssnoer...

Hij: Zie je hoe de maan aan het koorddansen is? Daar, zie je ze?
Zij: Ik zie ze de maan.
Hij: Ze straalt als een diamant aan een halssnoer, vind je niet?
Zij: Mmm, zoveel verbeelding heb ik niet.
Hij: Nee?
Zij: Neen. Ik heb al realistischer halssnoeren gezien die van veel nabijer te bewonderen waren.
Hij : O ja?
Zij: Gisteren nog. Toen we voor de etalage van juwelier Nys stonden. Herinner je dat niet?
Hij : Nee.
Zij:  Dat vreesde ik al. Onbereikbare pracht valt goedkoper hé...

zaterdag 7 januari 2017

ERVAREN. We namen ons voor vandaag de kleine held te spelen...

Met enig voorbehoud hadden ze het aangekondigd. Mogelijk sneeuw. Vermoedelijk aanvriezende regen. We bereidden ons voor op het ergste, dit wil zeggen, we hoopten op het ergste en we waren hard van plan om het helemaal niet erg te vinden. Integendeel, we keken er eigenlijk naar uit.
Maar het werd vannacht al duidelijk dat het vergeefse moeite was: er dwarrelden geen vlokken, er vielen zelf
s geen vlokjes. In de
lichtkegel van de tuinspot schoten alleen kleine, scherpe, schichtige kometen voorbij, half vervroren regendruppels...
We hadden anders al het perfecte sneeuwplaatje in het hoofd. We zagen onze wegel al dichtgesneeuwd, we hoorden al het knarsen van onze stappen, we ontwaarden in het witte tapijt zowaar al de diepe sporen van galante poezenpootjes en de oppervlakkige littekens van wat merelgetrippel.

HELD TUSSEN SNEEUWFLANKEN

We waren vast van plan om nog voor het ochtendgloren te voet om de zaterdagboodschappen te gaan. En we wisten dat we ons op dat moment en voor het hele weekend de kleine held zouden wanen. Wind en sneeuw trotserend, onversaagd stappen zonder uit te glijden en later, tegen de middag, zouden we schop na schop, over een lengte van honderd meter, onze wegel sneeuwvrij maken, van de bermen zouden we sneeuwflanken maken. We zouden extra voer aanslepen voor vogels, we zouden een extra stapel hout hakken en we zouden geregeld, achter bedampte brillenglazen, ons binnenskamers tussentijds opwarmen aan een kop koffie of een kommetje dikke soep. We zouden vervolgens, met enig leedvermaak, aan de straatzijde kijken hoe auto's op wandelsnelheid voorbij zouden schuiven...

EXISTENTIEEL

We zouden tot in de kleinste vezel van onze lijf de koude voelen, we zouden afzien van de vriespijn op onze handen, het ijs in onze schoenen en het gedruppel uit onze klamme neusgaten en we zouden van dat alles houden omdat, zo waren we van plan, we zouden voelen dat we leefden. We zouden geleerde woorden uit onze hoed toveren en zeggen, hardop tegen onszelf, in de vrieswolk van onze adem, dat deze winterpijn ons terugbracht tot onze existentie in haar puurste vorm, de vanzelfsprekendheid voorbij...

GETJILP VAN EEN MUS
Maar we werden wakker en zagen dat de wereld grijs kleurde. Grauw zonder glans. Vaal en doordeweeks gewoon. Ons heldendom was alweer weggesmolten nog voor we het goed en wel hadden zien opdoemen en we zagen onszelf alweer naamloos in de vlakke routine van een roemloze zaterdag verdwijnen. Van het heldenlied van de winterkoning bleef amper wat getjilp van de simpele mus.


vrijdag 6 januari 2017

GEHOORD. Het ijs is gebroken, zei ze

IJZIG DIALOOGJE


"Het ijs is gebroken", zei ze.

"Kunnen we dan van wal steken," vroeg hij.

"Doe maar", zei ze.,,vaar wel en zie niet om."

zaterdag 31 december 2016

In het hart van de nacht, in de mist van het oude jaar...

In het hart
van de nacht



Het ijzig zwijgen van de nacht breekt
als de telefoon scherp schelt.


Een stem, helder, gehaast.


Blauwe flitsen glijden geluidloos over de zwarte spiegel van de straat 
uit beeld


Er is licht in het huis dat anders, 
zo in het hart van de nacht
 – de op een na laatste nacht van het jaar - 
zwart in duisternis op licht wacht.



Een straaltje bloed loopt langs het achterhoofd,
de rechterarm ligt op de koude vloer gekneld onder zijn zij
in de ogen een zachte blik, die fluisterend spreekt 
- ‘zie mij hier nu liggen’ -
zijn bleke lippen bewegen mompelend
“Ik ben uit het bed gegleden…”
Met zijn drieën, met zijn tweeën 
helpen we hem in bed.


Buiten, zeg ik, buiten is het ook gevaarlijk glad. 


Ik zie een glimlach, maar twijfel naderhand 
aan wat ik zag als ik merk
hoe blauw de pijn kleurt
op zijn gezwollen voet,
op zijn broze arm,
op mijn vaders hand.



Ik zwijg. En denk binnensmonds:
Het leven is een geschenk, dat geloven we,
maar vergeten te vaak
we krijgen het niet 
zonder pijn, niet zonder smart,
denk  ik wazig
als het duister van de nacht
- de op een na laatste nacht van het jaar -
zich weer geluidloos in het huis sluit.

Buiten wenkt nieuwjaar, 
ijziger en klammer
in de mist van het oude jaar.

NIEUWJAARWENS. Dat jongeren genoeg krijgen van het vintage-gedoe en ons eindelijk verrassen met iets nieuws




Op amper twee uur televisietijd zagen en hoorden wij vanavond een flard van Blondie (Denis, Denis), drie grijze knarren (Boudewijn de Groot, Henny Vrienten, George Kooymans), een schetsje uit Nicole en Hugo’s winterrevue en ergens in een overzicht kwamen Bowie, Prince en George Michael nog eens langs. We hielden de deur op een kier voor Agnetha en Frieda, juist van Abba, maar die hadden vanavond andere plannen. Toon Hermans daarentegen sprong de voorbije week haast elke dag eens binnen…

SOUVENIRS ZAT

We hoeven de souvenirs uit onze jeugd niet te bewaren, dat doen anderen kennelijk nog fanatieker dan wij dat van plan waren.  De jaren zeventig liggen zo voor het grijpen: niet alleen in de muziekwinkel, ook in boetieks en interieurzaken, soms zelfs in het straatbeeld. Onze jeugd blijft zo dichtbij dat wij ons afvroegen, zo voor het scherm en voor de jaarwende, waar blijft dé jeugd? Zullen die jongere generaties, waar zij het voor zeggen hebben, ook volgend jaar met dezelfde ijver onze jeugd blijven recycleren? Wanneer pakken zij eens uit met iets nieuws? Durven, kunnen of willen ze het niet? 
Foto De Stem

NIE NOA DE WUPPE

Nee, Wannes, ’t is nog niet oal  naar de wuppe, maar…  smit het moar ip de skuppe! Stop met dat vintage-gedoe en verras ons, jongeren. Het kan in de Letteren, waar jonge Nederlandse en Vlaamse vrouwen en mannen ons op een vrij originele wijze wisten in te palmen, het voorbije jaar. Het mag ook elders, a.u.b.Zijn we blind voor de nieuwe Tuymansen, de jonge Fabres, de prille De Keersmaekers... of zijn ze er (nog) niet?

IN DE KRAMP

Wij hebben het gehad met die jeugd van ons. Onze nek steekt in de kramp van dat voortdurend achterom kijken. Monumentenzorg is oké, maar met louter een versteend verleden bouw je geen bruisende samenleving.
Steek ons voorbij, loop voorop, zing voluit maar zing jullie songs, plaats mensen met nieuwe ideeën aan jullie tv-tafels en haal ons er pas bij als jullie er echt van overtuigd zijn dat we niet alleen maar oude, zure  kost herkauwen. Het lijkt alsof dat jullie vergeten zijn  dat jullie vrij kunnen zijn, vrij van een bezwaard, beklad of verzuurd verleden…